LegionellabeheersplanLegionellabeheersplan Laatste update september 024 Risico De legionellabacterie gedijt het best in warm water van 20°C tot 50°C. Bij temperaturen onder 20°C vermenigvuldigt de bacterie zich niet meer, maar wordt ze niet gedood; temperaturen vanaf 55 °C daarentegen zijn bacteriedodend. De ziekte kan ontstaan door het inademen van uiterst kleine druppeltjes (aërosolen) die besmet zijn met de legionellabacterie. In de pluimveeverwerkende industrie zijn dit potentiële bronnen van legionella:
Eisen: Legionellabeleid Legionella in afvalwaterzuiveringsinstallaties en natte koeltorens (luchtwassers)
Legionella in leidingwater
Zeker als voor afvalwaterzuiveringsinstallaties en/of natte koeltorens een extern gespecialiseerd bureau wordt ingeschakeld, is het aan te raden om dat bedrijf ook de risicoanalyse van alle andere potentiële legionellabronnen uit te laten voeren en het beheersplan op te laten stellen.
De risicoanalyse en het beheersplan voor leidingwater kan eventueel ook door een daartoe opgeleide medewerker uitgevoerd worden. Eventuele benodigde maatregelen worden zo nodig meteen uitgevoerd of anders opgenomen in het plan van aanpak bij de RI&E.
Maatregelen voor preventie van legionella in leidingwater zijn onder meer:
• Vermijd dode leidingen en andere niet doorstroomde installatiedelen.
• Vermijd opwarming van leidingwater bijvoorbeeld door naastliggende warmwaterleiding of verwarmingsbuizen.
• Zorg ervoor dat de temperatuur van warm water op voorraad 60°C of hoger is.
• Brandslanghaspels:
- Alleen gebruiken bij brand; - Verzegeling op de gesloten afsluiter controleren; - Aanwezigheid controleren van sticker met de tekst:
‘Alleen gebruiken bij brand’ en ‘Haspel verzegeld in verband met legionellapreventie’.
• Vernevelingsinstallaties
• Hogedrukreiniging
Zorg dat medewerkers die hoge druk gebruiken bij reiniging in productieruimtes adembeschermingsmiddelen dragen zoals weergegeven in de Eisen voor schoonmaken en biologische agentia in de richtlijn ‘Schoonmaak en onderhoud’ van de arbocatalogus.
• Zorg voor regelmatige controles en spoelingen van waterleidingen en douches volgens een vastgelegd patroon (zie hieronder). Deze controles en spoelingen kunnen door eigen medewerkers worden uitgevoerd, zonder specifieke opleiding of persoonlijke beschermingsmiddelen tenzij anders aangegeven. Neem zonodig beschermende maatregelen voor het testen. Leg de betreffende data en bevindingen vast in een logboek.
o Warmwaterleidingen, kouder dan 60 graden:
o Buitenkraan of gevelkolom, bij gebruik van sproeitoestellen:
- voor het gebruik kraan en slang gedurende twee minuten spoelen.
- na gebruik slang uit laten lekken en zo mogelijk op koele plek ophangen.
o Douche die niet wekelijks gebruikt wordt:
o Oogdouche, die aangesloten is op leidingwater:
- alleen gebruiken bij een calamiteit en:
- zorg voor een terugstroombeveiliging in combinatie met het 'doorstroomd aansluiten’ van de oogdouche
- of de oogdouche vervangen door oogspoelflessen
- of eens per week gedurende 1 minuut spoelen
o Nooddouche, die aangesloten is op leidingwater;
- alleen gebruiken bij calamiteit,
- wekelijks doorspoelen, gedurende 1 minuut - zorg bij voorkeur voor een terugstroombeveiliging in combinatie met het ‘doorstroomd aansluiten’ van de nooddouche - of zorg dat na gebruik van een nooddouche, waar geen terugstroombeveiliging in combinatie met het ‘doorstroomd aansluiten’ aanwezig is, dat de betreffende persoon en omstanders worden geregistreerd en de daaropvolgende periode worden gecontroleerd op het ontstaan van longproblemen. NB: Veilig spoelen Zie ook de richtlijnen |