logo

Contactinformatie

Vendelier 57D, 3905 PC Veenendaal

Tel: 030 - 6355250
E-mail: info@szpluimvee.nl

 
 

Legionellabeheersplan

Legionellabeheersplan

Laatste update september 024

Risico
Legionella is een bacterie die de veteranenziekte (legionellose) kan veroorzaken. De griepvariant (ook wel Pontiac-koorts) is meestal van voorbijgaande aard. De veteranenziekte daarentegen is een chronische longaandoening met mogelijk dodelijke afloop. Bijzondere groepen als ouderen, medewerkers met longaandoeningen en rokers lopen extra risico.

De legionellabacterie gedijt het best in warm water van 20°C tot 50°C. Bij temperaturen onder 20°C vermenigvuldigt de bacterie zich niet meer, maar wordt ze niet gedood; temperaturen vanaf 55 °C daarentegen zijn bacteriedodend. De ziekte kan ontstaan door het inademen van uiterst kleine druppeltjes (aërosolen) die besmet zijn met de legionellabacterie.

In de pluimveeverwerkende industrie zijn dit potentiële bronnen van legionella:

  • Waterzuiveringsinstallaties
  • Luchtwassers (‘natte koeltorens’)
  • Leidingwater voor onder meer hogedrukreiniging, douches, oog- en nooddouches, vernevelingsinstallaties, brandslanghaspels e.d.

Eisen:

Legionellabeleid
Het bedrijf heeft beleid voor legionella vastgelegd, waarin zij aangeeft hoe zij voldoet aan de zorgplicht op het gebied van legionellapreventie. Dat beleid is gebaseerd op een uitgebreide risicoanalyse legionella (verdiepende RI&E). Daarin worden alle potentiële risico’s op legionellagroei in kaart gebracht en wordt het risico geïnventariseerd op blootstelling aan legionella door nevel. In een legionellabeheersplan worden alle benodigde maatregelen opgenomen, inclusief een calamiteitenprocedure, met een taakverdeling en termijnen.

Legionella in afvalwaterzuiveringsinstallaties en natte koeltorens (luchtwassers)
Voor afvalwaterzuiveringsinstallaties oefent de gemeente of provincie meestal het toezicht uit bij die bedrijven. Het toezicht op natte koeltorens is een basistaak die wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst (OD) of Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). Elk systeem vereist een eigen risico-inventarisatie en beheersplan. Inschakeling van daartoe gespecialiseerde bedrijven bij deze systemen is vereist.

 

Legionella in leidingwater
Zeker als voor afvalwaterzuiveringsinstallaties en/of natte koeltorens een extern gespecialiseerd bureau wordt ingeschakeld, is het aan te raden om dat bedrijf ook de risicoanalyse van alle andere potentiële legionellabronnen uit te laten voeren en het beheersplan op te laten stellen. 

De risicoanalyse en het beheersplan voor leidingwater kan eventueel ook door een daartoe opgeleide medewerker uitgevoerd worden. Eventuele benodigde maatregelen worden zo nodig meteen uitgevoerd of anders opgenomen in het plan van aanpak bij de RI&E.

Maatregelen voor preventie van legionella in leidingwater zijn onder meer:
• Vermijd dode leidingen en andere niet doorstroomde installatiedelen.
• Vermijd opwarming van leidingwater bijvoorbeeld door naastliggende warmwaterleiding of verwarmingsbuizen.
• Zorg ervoor dat de temperatuur van warm water op voorraad 60°C of hoger is.
 
• Brandslanghaspels:
- Alleen gebruiken bij brand;
- Verzegeling op de gesloten afsluiter controleren;
- Aanwezigheid controleren van sticker met de tekst:
‘Alleen gebruiken bij brand’ en ‘Haspel verzegeld in verband met legionellapreventie’.

• Vernevelingsinstallaties
Zorg dat bij het eerste gebruik na een rustperiode van bv een week de installatie eerst op een veilige manier wordt doorgespoeld. Of eerder als de risicoanalyse daartoe aanleiding geeft. Bepaal ook op grond van de risicoanalyse of de medewerkers die bij vernevelingsinstallaties werken een FFP3-maskers moeten dragen.

• Hogedrukreiniging
Zorg dat medewerkers die hoge druk gebruiken bij reiniging in productieruimtes adembeschermingsmiddelen dragen zoals weergegeven in de Eisen voor schoonmaken en biologische agentia in de richtlijn ‘Schoonmaak en onderhoud’ van de arbocatalogus.
• Zorg voor regelmatige controles en spoelingen van waterleidingen en douches volgens een vastgelegd patroon (zie hieronder). Deze controles en spoelingen kunnen door eigen medewerkers worden uitgevoerd, zonder specifieke opleiding of persoonlijke beschermingsmiddelen tenzij anders aangegeven. Neem zonodig beschermende maatregelen voor het testen. Leg de betreffende data en bevindingen vast in een logboek.

o   Warmwaterleidingen, kouder dan 60 graden: 
     - 1 minuut op een veilige manier doorspoelen als zo’n waterleiding een week niet is gebruikt (of eerder als een risicoanalyse daartoe aanleiding geeft).

o   Buitenkraan of gevelkolom, bij gebruik van sproeitoestellen: 
- voor het gebruik kraan en slang gedurende twee minuten spoelen.   
- na gebruik slang uit laten lekken en zo mogelijk op koele plek ophangen.     

o   Douche die niet wekelijks gebruikt wordt:
 - tappunt eens per week spoelen en vaker als een risicoanalyse daartoe aanleiding geeft. (Er kan daarvoor ook een automatisch spoelsysteem worden gebruikt).

o   Oogdouche, die aangesloten is op leidingwater:
- alleen gebruiken bij een calamiteit en:
- zorg voor een terugstroombeveiliging in combinatie met het 'doorstroomd aansluiten’ van de oogdouche
- of de oogdouche vervangen door oogspoelflessen
- of eens per week gedurende 1 minuut spoelen  
o   Nooddouche, die aangesloten is op leidingwater;
- alleen gebruiken bij calamiteit,
- wekelijks doorspoelen, gedurende 1 minuut
- zorg bij voorkeur voor een terugstroombeveiliging in combinatie met het ‘doorstroomd aansluiten’ van de nooddouche
- of zorg dat na gebruik van een nooddouche, waar geen terugstroombeveiliging in combinatie met het ‘doorstroomd aansluiten’ aanwezig is, dat de betreffende persoon en omstanders worden geregistreerd en de daaropvolgende periode worden gecontroleerd op het ontstaan van longproblemen.  

NB: Veilig spoelen
Voorkom aerosolvorming bij spoelen en testen van douches en installaties die zijn aangesloten op leidingwater, door het water door te laten stromen zonder dat verneveling optreedt. Bv door een douchekop te ontkoppelen van het waternet en vervolgens de doucheslang in een emmer of bij de afvoer te houden. Als verneveling niet kan worden uitgesloten, dient minimaal een FFP3-masker te worden gedragen.

Zie ook de richtlijnen
Aanpak Biologische agentia
Adembescherming
Persoonlijke beschermingsmiddelen
RI&E Biologische Agentia