Persoonlijke beschermingsmiddelenPersoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) Laatste update 28 januari 2025 In de pluimveevleessector worden veel PBM gebruikt. Voor een goed overzicht is een zogenaamd ‘Persoonlijk beschermingsmiddelenbeleid’ van belang. Dit geeft interne en externe betrokkenen inzicht hoe de zaken rondom de PBM zijn geregeld. Voorbeelden van veel voorkomende PBM in de sector zijn been- en voetbescherming (veiligheidsschoenen, klompen of laarzen), gehoorbeschermingsmiddelen (otoplastieken en gehoorkappen), bodywarmers en overalls, mondkapjes met stoffilters, beschermende handschoenen, veiligheidsbrillen e.d. Als blootstelling van werknemers onvermijdelijk is of als het technisch niet uitvoerbaar is om de blootstelling voldoende terug te dringen is, moeten PBM worden ingezet. De werkgever mag, wanneer de resultaten van een RI&E daartoe aanleiding geven, het gebruik van PBM dwingend voorschrijven. Natuurlijk blijft de arbeidshygiënische strategie (bronaanpak) het uitgangspunt. Op grond van de gezagsverhouding dient de werknemer de aanwijzingen van de werkgever te volgen.
Risico
- Het oplopen van letsel of schade aan armen, voeten, gehoor of andere lichaamsdelen.
- Blootstelling aan biologische agentia als gevolg van inademing vloeistofdeeltjes, onbeschermd huidcontact met vlees, organen en bloed en onbedoelde opname via de mond.
- Blootstelling aan gevaarlijke stoffen, koude, tocht of hitte.
Eisen aan PBM
- Een PBM moet een juiste bescherming bieden en de gebruiker zo min mogelijk hinderen bij het uitoefenen van zijn taken of een nieuw risico op te leveren.
- Ieder bedrijf stelt per functie of werkzaamheid vast welke PBM moeten worden gedragen als uit de RI&E blijkt dat PBM daar noodzakelijk zijn.
- De werkgever moet voor voorlichting zorgen over het PBM, het risico waartegen bescherming wordt geboden, de gebruikersinstructie en over alle spelregels rondom het gebruik van PBM in het bedrijf;
- De werknemer is verplicht de verstrekte PBM op de juiste wijze te gebruiken, te onderhouden en tijdig te vervangen volgens afspraak.
Beleid
De werkgever stelt een schriftelijk PBM-beleid op, dit omvat o.a.:
- Het uitgangspunt dat PBM het sluitstuk zijn van het van het arbobeleid.
Dat PBM door de werkgever kosteloos worden verstrekt aan de betrokken werknemers.
- De vaststelling: aan welke werknemers welke PBM worden verstrekt, welke keuzemogelijkheden werknemers daarbij hebben, waar de PBM moeten worden gedragen, hoe registratie van verstrekte PBM plaats vindt, hoe vaak de PBM worden vervangen, gereinigd en onderhouden, hoe toezicht is georganiseerd, hoe en hoe vaak het gebruik van PBM wordt geëvalueerd.
- De voorlichting over de noodzaak en over het juiste gebruik van PBM.
- Hoe bij de feitelijke keuze van de PBM worden werknemers geraadpleegd en betrokken worden. Zij zijn de ervaringsdeskundigen die mede kunnen beoordelen of het middel is afgestemd op de gebruikers en of het past binnen hun werkzaamheden en werkomgeving. De inbreng van de werknemers zorgt er ook voor dat PBM beter zullen worden gebruikt.
De Ondernemingsraad of Personeelsvertegenwoordiging heeft instemmingsrecht over het PBM-beleid. De werkgever maakt schriftelijke afspraken met ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging over voorgeschreven beschermingsmiddelen. Daarbij worden ook afspraken gemaakt over het al dan niet dragen van de beschermende handschoenen voor de niet-snijdende hand. Een voorbeeld van een deels ingevulde PBM-lijst van een bedrijf in de pluimveesector is te vinden onder Voorbeeld PBM-lijst. Als persoonlijke beschermingsmiddelen bij geluidsoverlast noodzakelijk zijn, dan worden aan vaste werknemers otoplastieken verstrekt. Aan tijdelijke krachten worden gelijkwaardige beschermingsmiddelen verstrekt; voor tijdelijke krachten herbruikbare oorpluggen of oorkappen. Watjes of schuimrollen zijn geen gelijkwaardig middel.
Zie ook
|